Ik schuif mijn stoel voorzichtig naar de oude plaats terug.
Waarom zou ik Marku laten weten, dat ik beperkte bewegingsvrijheid bezit?
Misschien heb ik 'n uurtje zo gezeten, als de slungelige jongen, die ik bij de invalide wagen heb gezien, binnenkomt.
Hij brengt een schaal met fris water, een pakje watten en wat pleisters. Daarmee verzorgt hij mijn gehavend gezicht een beetje. Ik probeer hem aan het praten te krijgen.
Hij doet nog slomer dan hij van nature al is.
Hij heeft ook wat boterhammen voor me meegebracht. Die voert hij me, alsof ik een baby ben. Marku neemt geen risico's. Voorlopig zal ik nog in de boeien moeten blijven.
Alleen, ik vraag me af hoe dat vannacht moet gaan als ik wil slapen. Enfin, dat merken we tegen die tijd wel.
Het is nu doodstil in huis.
De doorgestane emoties hebben me toch wel een beetje moe gemaakt. Langzaam dommel ik in, ondanks mijn ongemakkelijke houding. Ik schijn lang te hebben geslapen, wat als ik de ogen weer open, is het buiten al schemerig. Het is middenin de winter. Ik schat, dat het een uur of vijf zal zijn, misschien nog wel vroeger.
De slungel verschijnt weer met eten.
״Hoe moet ik met slapen?" vraag ik hem.
״Straks kom ik het bed,► brengen."
Het is een veldbed. Een beetje te kort voor mijn één meter vijfentachtig. Zal ik mijn benen kunnen in
160