heet, Marku de Machtige? Of heb ik me zo vergist?"
„Ik ben Marku. Jij schijnt meer te weten dan goed is voor je gezondheid. Laten we praten", zegt hij. Hij spreekt met een buitenlandse tong.
Marku stuurt ook Molly weg.
Als het waar is, dat iemands hele leven terug te vinden is in de lijnen van zijn gezicht, dan zie ik nu een hele catalogus van schurkenstreken voor me. Er is geen misdaad, die Marku niet heeft bedreven.
Zijn houding is die van een roofdier, dat klaarstaat voor de dodelijke sprong.
„Wat weet jij eigenlijk van mij, Marku?" vraag ik met groot lef.
Hij laat zich bluffen.
„Dat jij Tony Toeroen bent en niet Don. Don is dood."
„Vertel me wat nieuws!" grinnik ik. „Don is gestorven aan een aanval van al te grote begerigheid. Hij wou niet delen. Don wou alles alléén hebben. Tegen die ziekte kun je je niet laten inenten."
„Jij weet veel te veel, Tony."
„Ik weet alleen maar teveel als ik teveel praat. Wat ik weet, weet niemand anders."
„Hoe bedoel je dat?"
„Zoals ik het zeg. Ik mag dan op Don lijken als de ene druppel modder op de andere, maar ik ben niet zo hebberig als hij. Tony Toeroen wil meespelen. Zonder achterdeurtjes."
Marku bekijkt me aandachtig.
„Jij bent een vent met moed", zegt hij. „En het heet, dat je een goede vechter bent."
156