Hoe dan ook, ik moet die schoft kwaad maken, steeds kwader. Dan raakt hij alle zelfbeheersing kwijt en gaat praten.
Wie praat, loopt altijd kans zijn mond voorbij te praten.
״Die leugens van jou", sar ik hem, ״kunnen me niets schelen. Je denkt toch zeker niet, dat dit zaakje voor jou goed afloopt"? Oh, denk je dat wèl? Nou, dan heb je niet alleen gebrek aan moed en gebrek aan kracht, maar ook gebrek aan hersens."
״Luister, Tony", zegt hij, ״tegen Molly en tegen jou hebben we eigenlijk niets. Alleen: jullie bent te nieuwsgierig. Je steekt je neus in zaken, die alleen ons aangaan. Dat is slecht voor je gezondheid. Molly blijft een paar dagen binnenshuis, totdat wij met ons werk klaar zijn. En dan laten we haar gewoon weggaan, nietwaar Molly? A propos, Tony, ik heb met Molly afgesproken, dat ze in het vervolg voor mij gaat werken. Over een paar weken wordt ze een vogeltje in de volière van Grijze Jaap. Leuk idee, hè Tony?"
Hij staat nu vlak voor me.
Ik ruk en trek aan mijn boeien. Maar ze zijn stevig.
In mijn woede spuw ik hem vlak in het gezicht.
Hij grijpt de boksbeugel en wil mij een slag geven.
Opeens gaat de deur open.
Een man komt binnen, die ik niet ken.
״Jaap, donder op!" zegt hij grof.
Grijze Jaap deinst achteruit.
Met inspanning van al mijn krachten zeg ik, zo bedaard mogelijk:
״Ik geloof, dat ik eindelijk de man ontmoet, die Marku
155