״Je geeft geen krimp, hè? Wacht maar, meneer Tony, we hebben voor jou nog wel andere ijzertjes in het vuur!"
Hij gaat weg.
Na een paar minuten hoor ik voetstappen naderbij komen. De deur gaat weer open.
Grijze Jaap komt binnen.
Nu heeft hij Molly meegebracht.
Molly ziet bleek. Maar ze is niet geboeid. Haar gezicht staat strak en onbewogen. Even gaf ze me een wenk; onmiddellijk daarna had ze weer datzelfde gezicht van straks.
Mijn hersens draaien op volle toeren.
Ik besluit dezelfde taktiek te volgen van straks.
„Dag, Molly", zeg ik.
Een paar tanden in mijn onderkaak zitten los. Mijn mond zit vol bloed. Erg mooi klinkt mijn stem niet. Maar de woorden zijn duidelijk te verstaan.
Molly geeft geen antwoord.
Grijze Jaap hoont:
„Met Molly had ik geen rekening te vereffenen! Met jou wel, Tony. Grijze Jaap heeft nog nooit een rekening onbetaald gelaten."
„Daar hoor ik van op."
„Molly is hier binnen komen vallen", zegt Grijze Jaap. „Maar we wisten al, dat ze op komst was, hoor. We schrokken helemaal niet, toen ze kwam. We hebben een uurtje met haar gepraat, nietwaar Molly? Heel vriendschappelijk. En toen zijn we het eens geworden." Molly staat achter Grijze Jaap. Ze schudt duidelijk 'nee'.
154