De tekening lijkt op een heel eenvoudig spinneweb. Vier of vijf strepen, die naar één punt toelopen en een paar dwarsstrepen. In het midden is een punt geklodderd. Er staat iets bij, dat met een beetje goede wil op een kruisje lijkt, maar dat kan ook pure verbeelding van me zijn.
Ik staar naar die tekening.
Iets in mijn hoofd zegt me, dat die lijnen een betekenis hebben. Maar welke?
Ik heb trouwens het gekke gevoel, dat ik op de drempel sta van iets, dat ik eigenlijk al ken. In het patroon van die strepen en punten komt me iets békend voor. Maar wat?
Uit mijn zak haal ik een stuk papier. Dat leg ik tegen de muur. Zo nauwTkeurig mogelijk copieer ik het spinneweb.
״Je mag wel eens tegen de huisbaas zeggen, Jan, dat de ene muur van de garage gewit moet worden", zeg ik tegen de oude van Dommelen. ״Er staan vuile oliestre-pen op. Het lijkt wel een spinneweb."
Het kereltje kijkt me verbaasd en tegelijkertijd bezorgd aan.
״Nou kan ik zien, dat je je geheugen kwijt bent, Don."
״Waarom?"
״Weet je dan niet, dat je die strepen er zelf op hebt gezet?"
״Nee.... of ja, nou je het zegt, begint me vaag iets te schemeren, ik ben het meteen weer kwijt ook. Vertel eens: waarom heb ik dat gedaan?"
140