Als ze hem naar de nieuwe Ooster rijden, zal hij in zijn kist nog■ mompelen: niks bijzonders.
״Waarom vraag je dan of ik Rooie Riek kent"
״Nou, die was van de week hier. Ze zei, dat ze gehoord had, dat iemand Mollv gezien had."
״Molly?"
Ik trek een verbaasd gezicht.
״Ja, Molly."
״Wat zou dat?" zeg ik, ״dat is toch niks bijzonders, of is ze misschien zoek geweest?"
Molly en ik hebben destijds stilgehouden, dat we samen bij Patchecki in dienst zouden komen. Het geheim schijnt dus goed bewaard te zijn gebleven.
״Zoek geweest!" zegt de baas. ״Natuurlijk is ze zoek geweest. Dat weet jij natuurlijk niet. Of zoek, nee, zoek is niet het goede woord. Ze heeft haar kamer opgezegd en is verdwenen."
״Waarheen?"
״Dat weet niemand. De een zei, dat ze uit het leven was gegaan, de ander zei, dat ze door een rijke baron ergens in Gelderland zwaar gemainteneerd op een kasteel zat. Maar ze was weg."
״En nou is ze weer terug?"
״Dat weet ik niet. Rooie Riek zegt, dat ze iemand heeft gesproken, die haar heeft gezien."
״Waar?"
״In een van de steegjes tussen de Nieuwendijk en de Nieuwezijds."
״Wat moet ze daar doen?"
״Dat zal je haar zelf moeten vragen."
״Kan me geen steek schelen. Ik hoor het wel en als
131