stom bekeken. Liever dan dat hij me wederrechtelijk van myn vrijheid beroofde, liet hij me door de politie in het schuurtje stoppen."
Dorry vloekt.
„Dat zou ik nou niet, zus", zeg ik sarrend tegen haar, „ten slotte was het een spelletje van erop of er onder. Jij hebt verloren. Troost je, zus, ik weet niet wat haatdragendheid is."
Ze vloekt weer gruwelijk. Ik schiet in een lach. Maar nu vindt Maurice, dat hij ook iets zeggen moet. Met die dubbelgedraaide tongval van hem zegt hij:
„Inderdaad, laten we niet kwaad tegen elkaar doen. Wij hadden ten slotte ook onze instructies. Als ons kunstje was gelukt, zou er immers niets ergs zijn gebeurd. Nou ja goed, je zou een paar weken de bak zijn ingedraaid, maar wat geeft dat? Zoiets komt in de fgnste families voor."
„Het is maar hoe je het bekijkt."
„In elk geval", gaat hij verder, „zou ik verdraaid graag dat gochelkunstje van je willen leren. Hoe speel je het klaar om voor de ogen van de politie vijf marijuana sigaretten te veranderen in doodgewone Virginia-saffiaantjes."
„Dat is het geheim van Houdini", zeg ik. „In onze familie van overgrootvader op kleinzoon overgeërfd. Als ik dat geheim verklap, word ik door de hele adel onterfd."
Dorry doet nu ook een stuk kalmer. Ik denk, dat ze geen vuiler vloeken kent, dan die ze straks heeft afgevuurd. Ze zit er op haar zeven gemakken bij. Wie niet beter wist zou zeggen: gossiemijne wat hebben die
120