of de organisatie? Er is een vorm van geschiedschrijving, die bij de beantwoording van deze vraag tot in het overdrevene volhoudt: niet de personen zijn belangrijk, maar wél de omstandigheden, de personen zijn slechts werktuigen in dienst van de 'logica der geschiedenis.'
De schrijver van dit boekje vindt deze kijk op de geschiedenis te automatisch. Hij wil, om zich tot het onderwerp van dit werkje te bepalen, geenszins ontkennen, dat maatschappelijke en andere omstandigheden grote invloed hebben uitgeoefend op de geschiedenis van de vara. Maar hij heeft vrijwel die gehele historie van de binnenkamer uit kunnen bekijken. Hij weet hoe ,groot de invloed van personen op die ontwikkeling is geweest. En ook: hoe nu en dan, zelfs in beslissende situaties, 'het toeval' een rol heeft gespeeld. Hij is geneigd te zeggen, dat de leidende figuren in bijna elke situatie de omstandigheden hebben weten op te sporen en te gebruiken, die het hun mogelijk maakten de vara te doen worden wat zij geworden is. Dat is geen kleine prestatie geweest. Die bestuurders toonden te beschikken over wat wel eens is genoemd: 'een neus voor de naderende conjunctuur'. De vara is dank zij hen gegroeid, ongetwijfeld, maar hij weet uit diezelfde ervaring, dat al die mensen (een enkele uitgezonderd) in en door en met de vara zijn meegegroeid.
Om het met andere woorden te zeggen: de vara heeft aan de leidende figuren veel te danken, maar die mensen hebben aan de vara nog meer te danken, namelijk de kans om hun persoonlijkheid tot volle ontplooiing te brengen.
zeventiendehoofdstuk. En verder...?
Welke koers zal de vara naar menselijke berekening in de nabije toekomst gaan varen ? Dat is niet zo eenvoudig te zeggen. De vara heeft beslist niet het eeuwige leven. 'Niets op aarde, dat beklijft.' Dat geldt niet slechts voor mensen, maar ook voor door mensen geschapen instellingen.
De vara kwam in de wereld toen een samenspel van bijzondere omstandigheden haar ontstaan en later het initiatief van de oprichters in de hand werkten. Enkele van die omstandigheden zijn in 't eerste gedeelte van dit boekje geschetst. Een aantal van die omstandigheden behoren echter definitief tot het verleden. Men kan ze niet door kunstma-
131