leden
I. Bergsma
G. Boekhoven jr. vice-voorzitter F. Dost
C. Kleywegt voorgedragen door de wbs C. Lindert
E. Meester aangewezen door de PvdA P. A. Planqué
Prof. dr. J. P. van Praag voorgedragen door de wbs M. Sluyser P. Sterrenberg N. Tj. Swierstra
C. W. van Wingerden aangewezen door hetNvv
Nog een kant van dat werk dient hier te worden belicht. Onder de verantwoordelijkheid van elke 'minister' werken uiteraard een aantal zeer gewaardeerde medewerkers, hoofden van dienst aan de top en zo verder langs de hiërarchieke ladder omlaag. Soms komen de namen van deze medewerkers in het nieuws. Dan heeft het hoofd van sectie Zus het een of ander verklaard, of het hoofd van sectie Zo heeft zijn mening over een zaak wereldkundig gemaakt. Het doet uiteraard aan de waarde van deze uitingen niets toe óf af, wanneer wij erop wijzen, dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid echter berust bij 'de ministers'. Het kan dus niet, dat de verenigingsraad een lid van het personeel ter verantwoording roept. De 'ministers' en het gehele hoofdbestuur dragen de volle verantwoordelijkheid tegenover het vara-parlement.
Dat dit systeem in de vara nogal met strenge hand werd en wordt gehandhaafd, spruit voort uit het tweeslachtig karakter van de vara. We zijn nl. een organisatie en tegelijkertijd een bedrijf. Het bedrijf eist snelle besluitvorming (meestal a la minute), terwijl de werkwijze van een democratische organisatie van een zekere omslachtigheid niet vrij is te pleiten.
Tot dusver is het gelukt in de vara de moeilijkheden, die uit zo'n dubbelnatuur zouden kunnen voortspruiten, geheel op te vangen doordat voor de functies van minister personen werden gevonden, die de bekwaamheden van een top-bedrijfsleider combineren met de capa-
109