vijftiende hoofdstuk, waarin wordt onthuld hoe de vara tegenwoordig reilt en zeilt en welke stuurlui op het schip en ook wel eens een keertje aan de wal staan.
Een. omvangrijk democratisch instituut als de var a wordt ongeveer op dezelfde wijze bestuurd als een land. Aan het hoofd staat een regering, die verantwoordelijk is, in dit geval verantwoordelijk aan de Verenigingsraad, dat is het parlement van de vara, gekozen door algemeen kiesrecht voor alle leden.
De vara-regering lijkt, op veel kleiner schaal, op de regering van een land. Er is een 'Minister-president', in dit geval de verenigingsvoorzitter, er is een 'minister', die de omroep beheert, een 'minister' die verantwoordelijk is voor de televisie, en uiteraard is er ook een 'minister van financiën'; men zou de door de verenigingsraad benoemde hoofdredacteur van het verenigingsorgaan de 'minister van voorlichting' kunnen noemen, en sinds de vara er een assistent-bestuurder bij heeft (staf-benoeming) spreken sommige mensen al van een staatssecretariaat.
De instructie voor die ministers staat precies op papier; ze weten wat ze mogen doen en wat ze moeten laten; hun rechtspositie is bepaald evenals nog een hoop andere zaken, die allemaal te maken hebben met de grote verantwoordelijkheid, die ze dragen. Al deze zaken zijn op voordracht van het hoofdbestuur zwart-op-wit vastgesteld door de verenigingsraad. Mensen, die denken ,dat de vara een soort particulier excercitie-terrein is voor de bestuurders (die men dan boosaardig 'managers' noemt) weten eenvoudig niet waarover ze praten.
Op het ogenblik, dat dit boekje verschijnt ziet 'de regering' van de vara er als volgt uit:
dagelijks bestuur
Mr. J. A. W. Burger voorzitter
J. Mulder secretaris-penningmeester
J. B. Broeksz omroepsecretaris
J. W. Rengelink televisiesecretaris
G. P. Bakker hoofdredacteur Radio-TV-gids
J. L. de Troye adjunct-bestuurder
108