maar daaraan kwam op een gegeven ogenblik een einde. De mannen van de 'Paulus Potter' waren met vele andere schipbreukelingen in een hospitaal ondergebracht. Maar Archangel behoorde tot de steden, waar de Russische regering gewonde soldaten van het front heen stuurde om op hun verhaal te komen. Toen een groot transport met zulke stakkers in Archangel aankwam, moesten de schipbreukelingen het ziekenhuis ontruimen. Ze werden nu in een oude school ondergebracht. Al begrepen de schipbreukelingen maar al te goed, dat ze in de benarde omstandigheden, waarin Rusland verkeerde en gezien de eisen, die aan het stadsbestuur werden gesteld, met nood-oplossingen genoegen zouden moeten nemen, de huisvesting in die school was zó erbarmelijk, dat ze na een paar dagen te hoop liepen en bij de autoriteiten heftig protesteerden. Daarop werden ze naar een hotel gestuurd. Met zeven man op één kamer - het was niet bepaald ideaal, maar vergeleken met wat ze hadden beleefd scheen het een paradijs.
Het was echter een paradijs met veel meer bevolking dan ze hadden verwacht. Dat bleek 's avonds, toen ze zich ter ruste hadden begeven. Na een paar minuten sprong iedereen weer uit de bedden, zich hevig krabbend.
'Als we niet uitkijken', zeiden de mannen tegen elkaar, 'staan onze ledikanten morgenochtend op de gang, want er zitten zoveel wandluizen in, dat die beesten de bedden gemakkelijk naar buiten kunnen dragen.'
Bij dit ongemak kwam nog een nieuw ongerief. Sinds ze weken geleden uit IJsland waren vertrokken, hadden ze geen schone kleren kunnen aantrekken. En nu ze wél tijd hadden om zich te verschonen was er voor hen geen schoon ondergoed beschikbaar. Het was geen onwil van de Russen, maar onmacht.
'Weet je wat we doen', zei stuurman van der Mey op een dag, 'we gaan naar de rivier. Daar wassen we onze kleren zo goed en zo kwaad als het gaat en terwijl ze drogen blijven we maar een beetje in de zon liggen, poedelnaakt, maar we zijn toch jongens onder elkaar, dus we hoeven ons niet zo erg te generen.'
Daar aan de rivier werd het een drukke wasserij. Erg schoon werd het goed niet, maar het friste in elk geval op. 'Hoe lang zullen we in dit oord moeten blijven?' vroegen de mannen zich af. Het leven werd elke dag primitiever, want de stad stond vrij
185