Zei ze amechtig kauwend en slikkend:
'Ik lust best nog een stuk.'
'Nee' zei vader hard en bits. 'Denk aan uw eed.'
Zei juffrouw Granaat:
'U hebt gelijk. U zegt het om mijn eigen bestwil.' Ze wachtte even en toen ging ze verder: 'Kunt u zwijgen?' 'Als het graf' zei vader.
Juffrouw Granaat keek schichtig de woning rond. 'Ik zal u een geheim vertellen, een diep geheim, waar ik nog nooit met iemand over heb gesproken, maar ik kan jullie vertrouwen. Ik ben een ongelukkig mens, ik weet hoe de lekkerste merg-taarten gemaakt worden en nou ik er van proef voel ik me een schnorrer, die een aalmoes krijgt. Weet u, dat ik een rijke vrouw ben, ja, ik ben een rijke vrouw. De slagerij gaat goed enne wat geef ik voor mezelf uit? Niks. Over een paar jaar heb ik genoeg geld gespaard, dan ga ik me uit de zaak terugtrekken enne dan verkoop ik de winkel en van al het geld, dat ik dan bij elkaar heb begin ik een grote fabriek van mergtaarten... Niet veel later hees juffrouw Granaat zich uit de stoel. 'Ik ga maar weer naar huis. Het heeft me heerlijk gesmaakt.' 'Nou vraag ik je' zei grootmoeder, 'dat mens is van haar zinnen. Ze is een nog veel groter schlemiehlte dan we al dachten.' Haar bezoek aan onze woning heeft juffrouw Granaat nooit herhaald. Merkbaar nadeel voor haar gezondheid had dat stukje mergtaart haar niet berokkend. Ze stond weer als vanouds in dc winkel, zwaar en geweldig. Elke week gaf ze moeder trouw een koeiendijbeen cadeau. Maar in de obligate discussies over de toonbank was een nieuw element gekomen. Ze eindigden nu steevast met de vermaning van j uffrouw Granaat:
68