Maar neef Hendrik zei: ״Jongens, met al die dingen schieten we geen millimeter op... De directeur had het bij het rechte eind. We moeten gaan nadenken hoe we nu het beste en het snelste kunnen ontdekken waar Potterolie Loebas kan hebben verstopt!"
״Vast niet in het circus," zei Max, ״dat durft hij niet!"
״Of juist in het circus," zei Edo, ״ik heb wel eens gelezen... als je iets wilt verstoppen, zoo dat niemand het kan vinden... moet je het heelemaal niet verstoppen, want op de gewone plaatsen, daar zoeken de menschen het immers nooit."
Of ze wilden of niet, maar nu moesten de jongens toch om Edo lachen.
״Jij bent een filosoof," zei neef Hendrik.
״Een wat?" vroeg Edo.
״Een vieze stoof!" zei Max.
״Ga zoo door, mijn zoon," lachte neef Hendrik, ״ga zoo door mijn zoon, en gij zult spinazie eten..."
״Lust ik niet!" zei Edo.
En toen lachten ze allemaal. Zelfs Karei moest mee-lachen. Maar toen het lachen voorbij was, zei neef Hendrik ernstig:
״Jongens, dat zaakje gooit ons heele reisplan in de war. Er zit nu niets anders op dan te doen wat wij van het begin af aan van plan geweest zijn."
״En dat is?" vroegen de jongens.
״Met onzen wagen in de buurt van het circus blijven en scherp uitkijken. Als Potterolie den hond hier ergens in de buurt verborgen heeft, dan moet hij hem meenemen, wanneer het circus weggaat!"
״Dat klopt," zei Karei.
״En als hij hem in het circus verstopt heeft, dan moet hij hem ook meenemen... en als Zwartemes dan goed uitkijkt, moet die dat merken!"
Karei begon weer moed te krijgen.
93