De Trekpot reed door het land, de vier fietsen er voor, En als er niets gebeurd was, reden we nog altijd door. Maar zooals het meer gaat in het gewone leven, Je begint met lachen en je eindigt met beven. Ik heb al onze avonturen in dichtvorm opgeschreven En als je goed luistert en stil wilt zijn, maar even, Dan zal ik jullie een overzicht geven Van alles wat je hebt mogen beleven...
Max viel plotseling met een schok achterover. Hij lag plat op zijn rug en z|jn oogen keken in de lucht.
״Wat is er Max," vroegen de anderen.
״Ik zal een bruine boojn worden, als ik er wat van snap," zei Max eindelijk, na lang zuchten.
״Waarvan snapt?"
״Waar haalt die Karei in broodkruimeltjes naam al die woorden vandaan. Het is compleet of je een echt boek leest."
En Karei keek precies als Napoleon op zijn standbeeld en zei:
״Dat heb je altijd met dichters... Waar ze de woorden vandaan halen, weet je zelf niet, maar de menschen vinden het prachtig."
Max keek peinzend voor zich, toen zei hij plotseling:
״Maar dat heb jij vast niet alleen gedaan Kareltje... Daar heeft iemand jou bij geholpen."
״Daar is geen kersesikkepit van waar," zei Karei, die kwaad begon te worden, ״dichters hebben nooit een compagnon, die werken altijd alleen."
״En ik heb wel eens gehoord, dat op Maandag een dichter zijn rijmpjes onderteekende met laat ik maar zeggen Jansen en op Dinsdag met Pietersen... dat bestaat toch niet als je heelemaal alleen bent?"
״Ach jö," zei Karei korzelig, ״dat is nou wat ze noemen een sp... speu... speudoniem... ik bedoel een
175