En Willem, die was ziek...
Hij had de rheumatiek...
Hij lag in het hospitaal...
En zijn heele hoofd is kaal...
De menschen in het cireuskamp begrepen wel, dat er iets bijzonders aan de hand moest zijn, want sinds het ongeluk met Willem, hadden ze de vrienden nog niet zoo vroolijk gezien.
Ze kwamen allemaal hard aanloopen en voordat de menschen nog iets hadden kunnen vragen, riepen de jongens het hun al van verre toe:
״Willem komt over drie dagen uit het ziekenhuis en dan is er een groot feest," en toen begonnen ze opnieuw in het rond te springen op de wijs van een nieuw liedje, dat Edo in de gauwigheid alweer had bedacht:
Ja, dat is Willem, ja dat is Pietje Puck, Ging paardje rijden en kreeg een ongeluk. Trek je er maar niks van aan Het zal weer beter gaan... En van je hela, hola, hola, houd d'r den
[moed maar in.
Edo was zoo in de war van de pret, dat hij vier liedjes door elkander ging zingen en dat klonk zoo raar, dat Zwartemes de vingers in zijn ooren stopte en riep:
״Schei uit... al m'n haren gaan recht overend staan..."
Neef Hendrik legde Edo de hand op de schouders. Hij zei:
״Wees nou een beetje bedaard... Als Willem over drie dagen thuis komt, moeten we toch een of andere feestelijkheid gaan maken... een dingetje onder mekaar
171