pen... dat noemt-ie sapperdemallemosterdmolen ginnegappen, als ik hier bezig ben een Indiaan te verslaan, in mootjes te hakken, in azijn te leggen... dat noemt-ie ginnegappen."
„Maar nu werd neef Hendrik ook ongeduldig.
„Schiet je op of niet, vervelende snijboon," riep hij.
„Ik kom al," zei Karei lachend en hij liep met de anderen mee en tegen Zwartemes riep hij:
„Wacht maar mannetje, als ik straks m'n kommetje koffie gedronken heb, gaan we verder met den oorlog."
Arm in arm drentelden de vrienden nu over het groote circusterrein, Loebas de hond naast hen.
Waar ze voorbij kwamen hoorden ze vriendelijke groeten, want na de geschiedenis met het hollende paard waren de vrienden de helden van den dag geworden.
Zoo kwamen ze bij de plaats waar de eigen brandweerwagens van het circus al klaar stonden, de brandweerlieden er naast.
Buiten het hek stonden honderden menschen nieuwsgierig te kijken, want er was een omroeper door de stad gegaan om aan boeren, burgers en buitenlui te vertellen, dat er 's avonds een oefening van de brandweer zou zijn en nu stonden de menschen er in dichte drommen op te wachten.
Toen de jongens bij de brandweerwagens verschenen, maakten de menschen ruimte voor hen.
„Daar heb je ze," hoorden ze zeggen, want de heele stad wist al van het ongeluk, dat Willem was overkomen.
De oefening van de brandweer begon.
Het was wat aardig, maar op den langen duur ging het toch vervelen.
„'t Is jandoppie allemaal precies hetzelfde," zei Edo, „ze maken ergens een brandje en dan gaan ze
163