het was Potterolie, de clown, die voor een paar dagen hun hond had gestolen en die door Loebas zoo danig was toegetakeld. Hij stak zijn hand uit naar neef Hendrik en zei:
״Ik hoop van harte, dat Willem weer beter wordt... Hij is een flinke jongen... en Loebas is een beste hond."
״Dank je wel Potterolie," zei neef Hendrik, ״laten we nu maar weer goede vrienden worden!"
״Naar den wagen," riep de directeur en het heele
clubje liep naar den wagen van den directeur.
* *
In den wagen zat ook Witte Vleermuis, het Indianen-opperhoofd en Zwartemes vertaalde zijn woorden.
״Directeur," zei hij, ״wilt u naar het ziekenhuis telefoneeren en zeggen, dat ze den knapsten professor moeten roepen, die er te vinden is. Alles wat het kost betaalt mijn stam. De jongen heeft mij het leven gered, wij zullen zorgen, dat hij weer beter wordt, how!"
״Dat komt in orde," zei de directeur.
״Directeur," zei neef Hendrik, ״'t eerste, wat we nu moeten doen, is den vader en de moeder van Willem waarschuwen."
״Precies," zei de directeur, ״dat had ik ook al gedacht, de ouders moeten hierheen komen. U kunt dadelijk met mijn auto naar hen toe rijden en hen hierheen meebrengen... en wat jelui zelf betreft. Ik blijf nog een week hier in de plaats met het circus. Als Willem in dien tijd niet beter is, dan gaan jelui met het circus mee naar de andere stad en telkens, als er bezoek is in het ziekenhuis, brengt mijn auto jelui heen en weer. Jelui blijft zoolang mijn gasten... enne... wat dien woonwagen van jelui betreft, dien Trekpot, die blijft zoolang hier. De vacantie is nu toch in de war geloopen."
146