van het ziekenhuis en intussehen lag die arme Willem boven tusschen de lakens en wist niet wat er met hem gebeurde. De dokters en de verpleegsters stonden met bedrukte gezichten rondom het bed en probeerden van alles om hem weer bij bewustzijn te brengen.
Na een half uurtje ging de dokter naar beneden. Hij zei tegen de menschen in de wachtkamer:
״Willem is eventjes bij kennis geweest en nu slaapt hij al weer. Het is het beste, dat u nu maar naar het circus teruggaat en morgenochtend tegen tien uur terugkomt. Dan weten we wel wat meer."
״Hoe lang kan die ziekte duren?" vroeg neef Hendrik.
De dokter zei: ״Tja, dat is heel moeilijk te zeggen. Hij heeft een smak gedaan, die een mensch op leeftijd niet zou hebben overleefd, maar die jonge hoofden kunnen heel wat verdragen. Ik denk, dat hij het er wel doorhaalt, maar veertien dagen zal hij zeker in het ziekenhuis moeten blijven."
״Veertien dagen... veertien dagen," zeiden de jongens, ״dat is net de heele vacantie!"
De directeur van het circus zette zijn hoed op. ״Ga mee jongens," zei hij, ״thuis kunnen we verder praten."
Voor de deur van het ziekenhuis wachtte de auto van den directeur en die bracht hen in snelle vaart naar het circus Salto terug.
Daar was het ook al een heele opschudding. Er stonden groepjes menschen bij elkander. Iedereen praatte over het ongeluk. Iedereen zei, dat Willem een flinke jongen was om zijn leven te wagen voor den ouden Indiaan. Toen de jongens door het hek waren, kwamen van alle kanten de menschen op hen af en vroegen hoe het met Willem was, maar de directeur zei, dat ze de vriendjes nu niet moesten lastig vallen.
Uit een van de groepjes trad een man naar voren,
145
Met de Trekpot op avontuur. 10