door alle drukte rondom en in de war gebracht door het gegil en geschreeuw van de mensehen, legde zijn ooren in den nek, nam een sprong vooruit en sloeg op hol.
Willem was door den schok eerst achterover en toen voorover gevallen. Hij klemde zich stevig vast aan de manen van het beest, dat als een pijl uit den boog over de door de politie vrijgehouden straat vloog. Loebas, de hond, draafde naast het hollende beest mee.
De menschen gilden, de politie floot en dat maakte het hollende paard nog angstiger.
Toen sprong plotseling Loebas met een grooten sprong vlak voor het paard en hapte naar den bek van het beest. Het schrok even, maar rende door. Weer sprong Loebas omhoog en nu bleef het paard staan, niet wetend wat voor beest daar voor zijn voor-pooten heen en weer sprong.
Zoo plotseling was de schok, dat Willem uit het zadel vloog. Nog even probeerde hij zich vast te houden aan de manen, maar de schok was te hevig en met een grooten boog vloog hij over den kop van het paard en viel met een harden slag op de straat-steenen. Nog even zag hij de gezichten van de verschrikte menschen, die op hem kwamen afhollen, toen werd alles rood en donker voor zijn oogen en Willem was bewusteloos...
ELFDE HOOFDSTUK.
Een kwartier was het nu al geleden, dat het ongeluk was gebeurd en Willem was nog steeds bewusteloos. Er was een auto gekomen van den geneeskundigen dienst en die had heel voorzichtig Willem naar het ziekenhuis gereden. Daar lag hij in een groot wit bed en er stonden twee dokters en een paar ver
143