van dat varken, maar wat ik jelui vertel is de zuivere waarheid... het ging goed. In het begin lachte het publiek zich natuurlijk slap om dat dikke varkenslichaam, dat daar de arena kwam binnenwaggelen met dat boertje er achter aan, maar toen het nummer begon, werd het doodstil, want het was werkelijk buitengewoon. Het beest schreef met zijn rechterpoot letters in het zand en toen dat een poosje geduurd had, veegde het boertje het zand schoon en toen gebeurde het grootste wonder... Jelui zult het niet gelooven, maar ik heb het met mijn eigen oogen gezien en wat ik vertel is de zuivere waarheid... toen gebeurde het grootste wonder zeg, want dat varken ging met zijn rechtervoorpoot in het zand... strafregels maken. Eerst tien ״ikkies" onder elkaar en toen tienmaal „mag" en zoo stonden er in een minimum van tijd tien strafregels: „Ik mag mijn stal niet vuilmaken, ik mag mijn stal niet vuilmaken." Tien maal..."
„Maar dat bestaat toch niet," riepen de jongens.
„Laat me nou uitvertellen," zei Thomas, „het mooiste komt nog, want toen liet het boertje het beest rekenen, dat je hooren en zien verging. Het begon eerst met één en één is twee, maar toen werd het hoe langer hoe moeilijker... en op het lange laatst maakte het beest de naarste vormsommen... je weet wel van die gekke dingen, vermenigvuldigen, optellen, aftrekken en deelen en allemaal met getallen van minstens een Kilometer lengte en het ging gesmeerd hoor... De directeur stond aan den kant en keek naar het wonder en je kon aan zijn gezicht zien, dat hij vast van plan was om het geleerde varken te koopen, want zooiets is natuurlijk een reuzennummer voor een circus... maar het op de klok kijken werd een mislukking, want dat bleek het varken niet te kunnen. Maar enfin, schrijven en rekenen was toch al een reuzending, waar of niet jongens?"
123