van alles op de hoogte was. Mijn reconstructie van het geval is nu deze: gisteravond heeft John Masters, die een duivel kon zijn, wanneer hij
spotte----gisterenavond heeft John Masters dien
De Brie verteld, dat de radio־־industrie de uit־ vinding zou gaan exploiteeren.... De Brie heeft
daarop John Masters vermoord____heeft zijn lijk
verdonkeremaand, en is naar Zwijndrecht getrok־
ken____ om daar een tweeden moord te be־
drijven____"
„Om dus te concludeeren", zegt Frans Hokkert, „De Brie heeft de uitvinding!"
Herr Gutsberg schrikt. De uitvinding____ dat
is waar ook, waar is die eigenlijk?
„Er is ook nog een ander reconstructie moge־ lijk", zegt Frans Hokkert diepzinnig. „De Brie gaat eerst naar Zwijndrecht.... vermoordt daar den uitvinder.... kaapt het patent.... en ver־ moordt daarna Uw vriend. Hij wist immers niet, dat wijlen John Masters U van de gedragingen van dit mannetje op de hoogte had gebracht. In zijn gedachtengang was de kring gesloten: de Wind dood, John Masters dood en niemand, die op het vermoeden kon komen, dat een zekere De Brie iets met deze zaak uitstaande kan heb־
ben____ Slim bedacht____ Slim bedacht____ dat
moet ik zeggen".
99