Jacobus Fredericus de Brie

Titel
Jacobus Fredericus de Brie

Jaar
1933

Druk
1933

Overig
1ed 1933

Pagina's
213



Jacobus Fredericus de Brie heeft, nu zijn ge־ snurk ophield en voor hij wakker wordt, een zonderlingen droom:

Hij zit in ״Flora en op het tooneel knipt een Chineesche goochelaar een waterstraal in twee stukken; elk stuk blijft afzonderlijk doorstroomen. Stampvol is het in de zaal. ״Malle brasem ben ik", denkt Jacobus de Brie, ״Flora" bestaat toch niet

meer----Het is afgebrand en Leon Boedels is ook

al dood, zou hij zijn hoed mee in de kist hebben genomen?" Hij zit daar maar in de zaal en op het tooneel mompelt de Chinees allerlei onverstaan־ bare woorden. Een slechte plaats heeft Jacobus Fredericus. Hij zit te laag. Hij ziet wat van de beenen van het mannetje op het verlichte tooneel en bij elke toer, die het ventje verricht, denkt hij: ״Als ik nou wat hooger zat; dan kon ik alles heel

goed zien----"

Tja, als hij maar wat hooger zat! Komt daar opeens naast hem zitten: Marietje. Jaren geleden zat ze bij hem in de klas. Komieke vlechten had dat kind toen al. Veranderd dat ze is, dat een mensch zoo veranderen kan. Ja kind, dat doen de zorgen! Maar ze kent hem nog en ze zegt: „Dag Japie", zoo noemde de meester hem

vroeger. En hij zegt: „Dag Marietje"____ als hij

nou maar haar achternaam wist.

100

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.