dat wil zeggen aan monsieur Panier, Mr. Lawrence
en mij medegedeeld----medegedeeld, dat hij lastig
was gevallen door een zekeren Jacobus Fredericus
de Brie, juist, Jacobus Fredericus de Brie____De
man woont in het pension waar hij verblijf hield..
enne____enne het schijnt, dat deze De Brie door
een toeval ontdekt heeft, met welk doel wij allen naar Amsterdam zijn gekomen. Nu is dat natuur־
lijk geen geheim---- Maar John Masters is door
dezen De Brie herhaaldelijk bedreigd.... Het is een gek, zoo zei hij ons, een driedubbel over־ gehaalde gek. Het mannetje schijnt zich in het hoofd te hebben gehaald, dat deze uitvinding hem schatrijk kon maken.... idioot.... of er ooit een ondernemer rijk geworden is.
Hij heeft eerst mijn vriend wijlen John Masters urenlang gezeurd om een betrekking in Amerika en toen Masters, die raar uit den hoek kon komen, hem verzocht naar den duivel te loopen, is het mannetje grof geworden. Ik krijg jou wel, leelijke schoft, heeft hij tegen wijlen Masters geschreeuwd, mijn uur komt ook nog.."
„Wist deze____ deze De Brie, waar De Wind
woonde?" informeerde Frans Hokkert. Er zit muziek in deze zaak.
„Absoluut---- absoluut", verzekert Herr Guts־
berg, „hij heeft in de brieven van wijlen Masters gesnuffeld---- en duidelijk laten merken, dat hij
98