in elkander peuterde. Het heeft zijn eigen wetten en eigen beweegkracht.
De journalisten hebben hun twee kolom copie gefokt. Met groote koppen zullen de kranten vanavond de bijzonderheden van den moord uit־ schreeuwen.
Het gesnurk van Jacobus Fredericus de Brie heeft opgehouden; de man dommelt wat na. Over een half uurtje gaat hij wakker worden.
In kamer numero 24 is Herr Gutsberg in een fauteuil gaan zitten. Er is orde gekomen in zijn gedachten. Knappe jongens, die hém tusschen de tang zullen krijgen. ״Deutschland, Deutschland über alles....". Laat Mr. Lawrence maar zingen: ״Brittains never shall be slaves", dat wil zeggen, andere volken kunnen het rustig worden.
Herr Gutsberg is niet gek. De politie zoekt den man, die John Masters vermoordde en zijn lijk verdonkeremaande, hij, Herr Gutsberg zal de honden op het goede, warme spoor zetten. Zal het verband aanwijzen tusschen den moord in Zwijn־ drecht en de mysterieuse verdwijning in Amster־ dam.
Hoe heette die stomme vlerk ook weer, waarover John Masters het gisteren had?
Jacobus Fredericus de Brie, precies!
Herr Gutsberg voelt zich dienaar der gerechtig־ heid. De ouwe Duitsche opa, boven de wolken,
92