heeft hem uitgekozen. God strijdt aan den Duit־ schen kant.
Hij zegt luide tot zich zelf: ״Jacobus Fredericus de Brie is een schurk. Hij heeft een patent gestolen en den uitvinder van kant gemaakt. Hij moet hangen, de fielt. De menschheid moet tegen zulke onverlaten worden beschermd".
Frans Hokkert heeft vandaag binnenpretjes. Hij is toch wel een miraculeuze boffer. Zoo pas heeft hij den journalisten de oor en volgeschetterd met hoogdravende zinnen. De moordenaar van John Masters zou gepakt worden. De moord in Zwijn־ drecht zou hij ontraadselen. Gaat dat zien en zegt het voort.
En nét, dat hij eigenlijk eens met zich zelf zou kunnen gaan overleggen, komt daar zoowaar die dikke snuivende Duitscher binnenkuieren.
״Mag ik mezelf even voorstellen? Gutsberg, directeur van het Vereinigte Deutsche Funk־
syndicat.... eh..... ik kom U inlichtingen ver־
schaffen omtrent den moord op John Masters."
Houd je bedaard, Frans, je zult dit zaakje wel weer eens even in orde maken.
Juffrouw Melchers zit in een hoek van de kamer aan een tafeltje, het potlood klaar. Haar handen trillen van spanning: Jan krijgt vanmiddag toch zijn verhaaltje in de lunchroom.
93