gisteravond heeft zij in de bioscoop zitten grieze־ len bij ״De Tijger van Berlijn".
״Schrijft U op____ De politie ziet in dezen
moord en in deze verdwijning het werk van een internationaal complot. De vermoorde John Mas־ ters was immers Amerikaan.... eh.... schrijft U verder, juffrouw Melchers, wanneer de Ameri־ kaansche moordenaars hun klauwen uitstrekken naar ons land, dan zullen zij tot hun schade moe־ ten ondervinden, dat onze politie niet van plan is het slappe voorbeeld der Amerikanen te volgen! Nederland is geen land voor een Maffia----"
Juffrouw Melchers zucht. De randjes van haar oogen worden rooder; zij is onder den indruk.
„Dat zal tam־tam maken", zegt Frans Hokkert. Hij wordt zoowaar vriendelijk gestemd door zijn eigen frases; voor een paar minuten is hij uit de gruwelkamer verhuisd.
„Zou־e־en ze.... ik bedoel, zou U denken, dat U den moordenaar te pakken krijgt", vraag juf־ frouw Melchers.
״Wel wis־en־bliksem!" snoeft Frans.
„Ik mag 't lijen, zulke krengen om zoo'n vent van kant te maken en dan zijn lijk te verdonkere־
manen---- de doodstraf is nog niet goed ge־
noeg----" Juffrouw Melchers windt zich op.
„Snért____" zegt Frans Hokkert, hij hoeft tegen
dat mensch van een Melchers geen comedie te
73