Jacobus Fredericus gaat mee.... ga je nou toch communist worden? Ach wel nee, hij communist? Hij heeft honger. Hij heeft den duvel in; hij haat, het meest zichzelf. Als hij zijn oogen dicht doet, ziet hij zichzelf den portier van ״Imperial" een groot mes in de strot steken. Het bloed spat hoog op; lekker warm is dat roode bloed....!
De stoet der haveloozen is een troep hongerige wolven, begeerig naar buit, bereid om alles te verslinden, de zwakken uit de eigen horde het eerst. Jacobus bijt zich den binnenkant van zijn wangen kapot, hij balt de vuisten. De eerste de beste, die hem te na komt, zal hij de tanden in het vleesch zetten, verdomme! Doorbijten! Door? bijten, tot het leven geweken is!
De eerste de beste.... dat is warempel Frans Hokkert van de Centrale Recherche. Die heeft op het Hoofdbureau gevloekt als een beest, omdat ze hem hebben ingedeeld bij de troep, die van־־ middag dien werkloozenoptocht in de gaten moet gaan houden. Dat baantje is een degradatie voor Frans. Hij voelt die opdonder m zijn prestige terdege. Heeft uitvluchten gezocht, vergeefs. Als dat geen looze streek is van zijn chef om hem de mislukking van het onderzoek naar de beide moordgevallen in te peperen, dan laat hij zich hangen. Hij, Frans Hokkert, aangewezen om een
189