Jacobus Fredericus de Brie

Titel
Jacobus Fredericus de Brie

Jaar
1933

Druk
1933

Overig
1ed 1933

Pagina's
213



hebben ons eerst gebruikt en toen op een hoop gesmakt. We vreten genadebrood! We loopen in straten, waarop we geen recht hebben, die niet van ons zijn, waar we geduld worden!"

„En nou willen die krengen ons nog meer de goot intrappen", zegt een ander, „d'r gaat zoo meteen weer een riks van den steun af!"

Jacobus Fredericus de Brie voelt zijn kracht zwellen, zijn wanhopige kracht.

„Als ze verdomme van mijn steun een dubbeltje afhouden, flikker ik ze de heele rotzooi in het

gezicht. Geen cent minder neem ik____ dan ga

ik net zoo lief jatten!"

De dreigende vermindering van den steun hangt boven hun hoofden; het is de dood zelf!

„We verdommen het langer!"

De kreet groeit.

Vanmiddag zullen ze gaan demonstreeren. Zullen ze dat vullis eens laten zien, dat zij het langer verdómmen! Als je toch moet verrekken, dan moet het maar meteen.

Behandel de dieren met zachtheid, pest de stempelaars, dat is tegenwoordig het elfde gebod. Maar zij laten zich niet langer in een hoek drukken. Zij zullen hun narigheid vanmiddag uitschreeuwen. Midden in de stad; in de Kalver־ straat, voor de Groote Club, op den Dam!

188

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.