honderd kan je misschien al een sigarenwinkeltje koopen, of wat anders. Alles is immers mee־ genomen. Dit is je laatste kans. Aarzel niet, spring nou toch! En beef niet zoo; beef verdomme niet zoo! Je bent toch geen juffershondje, je hebt immers niets te verliezen dan je stempelkaart.
״Het komt mij voor", zegt Mr. Lawrence, ״dat U ons wel wat erg lang hebt laten wachten."
״Ik kon niet eerder", steunt Jacobus Fredericus, ״zaken----"
„U heeft waarschijnlijk gedacht, dat U het
zonder ons kon klaarspelen----" lijmt de stem van
Herr Gutsberg.
„Ikke____nee, hoe komt U daarbij?"
Mr. Lawrence gaat liever recht op zijn doel af. Hij zegt:
„Wanneer kunnen wij de uitvinding in ontvangst nemen?"
Jacobus Fredericus zwijgt.
Minuten duurt het, voordat hij dat ellendige weëe gevoel naar beneden geslikt heeft.
.,Ik kan dat op het oogenblik moeilijk bepalen", stottert hij eindelijk.
„Maar wij kunnen niet langer wachten."
Monsieur Marcel gaat dat geparlementeer ver־ velen. Het gezanik van dien vent zit hem tot hiér! Ze kunnen met hun drieën zoo'n sukkel toch nog wel baas. Zwaar staat hij op uit zijn stoel. Zijn
174