het geslacht. Het heeft hem al die dagen gekweld. Het loopt nu ook naast hem op straat, verlamt de soepelheid van zijn bewegingen, wanneer hij door de breedzwaaiende draaideur de lichte hall van het hotel binnentreedt. Het beklemt zijn kaken, als hij met den portier spreekt; jaagt hem in de lift het bloed naar de wangen. Deftig is zoo'n hotel. Iedereen, alles kijkt naar hem. Als hij nu maar wist, waar hij zijn handen moest bergen, dan zou alles veel gemakkelijker zijn; maar de mouwen van zijn jasje zijn te kort, er steken dunne eindjes roode pols onderuit.
De kamer van Mr. Lawrence is licht. Het kleedje op den tafel is hoonend wit. De groote glanzende oogen van dien dikken man in den stoel....
״Mag ik U even voorstellen, Monsieur Marcel!"
״Aangenaam."
----kleeden hem uit, snijden hem aan rafels; de
bloeddoorloopen oogen van den Duitscher....
״En dat is Herr Gutsberg uit Duitschland!"
----willen hem verslinden.
Wees bedaard, Jacobus Fredericus. Jij bent ook een oplichter, al ben je maar een kleintje. In deze kamer ademen millioenen dollars. Je moet zien, dat je een beetje van dien rijkdom opzuigt. Hou je nou taai, jongen. Wie niet waagt, wie niet wint. Duizend gulden is een mooi bedrag; voor vijf־
173