ders. die afhankelijk zijn van zijn inzicht, koop» mansgenie, succes. Honderd twintig duizend arbeiders; ze zijn georganiseerd in hechte vakbonden, zijn trotsch op hun machtige weerstandskassen; zij belijden solidariteit, een religie, en staan op, wan־ neer ״De Internationale" weerklinkt. Zij zullen allemaal werkloos worden, zullen gaan stempelen, langzaam verrekken van den honger, omdat Herr Gutsberg de uitvinding van Dirk de Wind niet kon bemachtigen en verdonkeremanen.
Misschien kan de regeering nog helpen.
Dus: moet zij helpen!
De regeering----Herr Gutsberg's spieren zwel־
len, wanneer hij aan dat zoodje in Berlijn denkt. Dat redevoert uren en uren achtereen, konkelt over combinaties en contra־combinaties, knoeit met moties, die aangenomen worden of verworpen; maar veranderen gaat er niets. Herr Gutsberg vloekt.
״Het parlementarisme is uitgeleefd. Wat wij noodig hebben is een dictator!"
Juist, een dictator, een vent, die doet wat Herr Gutsberg hem commandeert. Die maling heeft aan andere overwegingen dan die van hem, Herr Guts־ berg!
״De industrie moet worden gesteund met millioenen!"
Dan wórdt de industrie gesteund!
170