beheerscht, maar elk van zijn gebaren schreeuwt zijn innerlijken twijfel luide uit. Monsieur Marcel heeft nooit hartstochtelijker dan in die dagen ver־ langd naar een nieuwe huid, een nieuw lichaam, gezonde nieren en jonge kracht. Hij loopt tegen de zestig. Dertig jaar geleden zou hij mogelijkheden van aanval hebben gezien. Nu botsen zijn gedachten tegen de wanden van een enge kooi. Hij zit in de klem en weet niet, hoe hij rukken moet om los te komen.
Herr Gutsberg ver־telefoneert eiken dag kapi־ talen met Berlijn. De niet־eindigende koersdaling van zijn aandeelen ruïneert zijn bedrijf, zijn be־ drijf.... dat is zijn land, dat is Duitschland! Hij buldert langademige zinnen in de telefoonschelp. Brengt hefboomen in beweging en watervallen. De regeering moet zijn aandeelen overnemen: de instandhouding van zijn industrie is een nationaal belang. De banken moeten hem crediet geven, onbeperkt crediet om de koers van zijn aandeelen te steunen, alles op te koopen en vast te houden, totdat de bui over is. De schatkist moet garant staan; dat is immers de taak van de schatkist. Honderd twintig duizend arbeiders werken in zijn bedrijven; honderd twintig duizend gezinnen, man־ nen, vrouwen, kinderen, grijsaards, een eindelooze optelsom van liefde, geluk, verdriet, huiselijkheid en levensvreugde; honderd twintig duizend arbei-
169