detaillisten, hebben hun moed en ruggegraat terug gevonden. Zij hebben maling, glad maling aan de plechtige contracten, aan dure eeden om licentie te betalen voor patent nummero zooveel en scha־ keling letter XYZ. Zij lachen Billy en doctor Johan en zijn geheele geleerde juridische santekraam met een bulderenden lach vlak in het gezicht.
״Uw rijk is uit meneer Fontaine. Nou ben jij aan de beurt. Gods molens malen langzaam, maar zij malen verschrikkelijk fijn!"
Geen lommerd geeft immers geld voor die oude patenten. Het publiek koopt geen radiotoestellen meer; het wacht op bijzonderheden omtrent de nieuwe uitvinding. Waar blijven ze?
Monsieur Marcel woont nog steeds in „Impe־ rial". Een week is het nu geleden dat Dirk de Wind vermoord werd en John Masters lichaam verdween. Hij is oud geworden in die zeven dagen. Monsieur Marcel, oud en chagrijnig. Zijn nieren kwellen hem tegenwoordig ook in den slaap. Zijn woede puilt naar alle kanten en weet geen uitweg. Hij wil een kraterende vulkaan worden, maar hij weet niet wien hij onder lava bedelven moet. Hij haat zichzelf en zijn omgeving. Tegen Gutsberg had hij nooit zoo onbehouwen grof moeten uit־ vallen. De mof mijdt zijn gezelschap, dat voelt hij eiken keer weer opnieuw. En Mr. Lawrence, nu ja, Mr. Lawrence, die doet ook wel alsof hij de situatie
168