den koop je vandaag־den־dag geen sigarenwinkel meer, die een beetje oogt.
De microfoon is een feit. Zijn ooren zijn uit־־ stekend.
Het potlood glijdt razend snel over het papier. Wat een vondst, om dat microfoontje daar neer te hangen!
Ja, ja, die Frans Hokkert is wel een gare duivel!
״Ik ben de grootste ezel, die er op twee beenen rondloopt", zegt Frans Hokkert een uur later, wanneer hij het uitgewerkte stenogram van Klaren־־ berg leest, ״ik ben de grootste ezel die er op twee beenen rondloopt."
De luiken zijn plotseling van de vensters ge־ vallen. Frans Hokkert kan opeens kijken waar hij wil. Hij weet nu, welken weg hij moet inslaan. Die Mr. Lawrence staat buiten alle verdenking. Als de vent maar zóóveel wist van de beide moor־ den, zou hij dien Jacobus Fredericus de Brie met zoo'n smoesje nooit hebben opgezocht.
En Jacobus Fredericus de Brie____
״Schlemiehl!" bromt Frans Hokkert. Frans begint kijk te krijgen op de zaak: de modder zakt naar den bodem, het water wordt helder. Twee blijven er nog over: Monsieur Marcel en Herr Gutsberg. Eén van beiden, óf allebei mis־
164