Dat is: recht!
Dat is: een grondslag, waarop alles steunt; de openbare orde, de goede zeden en de veiligheid van den staat.
Jacobus Fredericus is van zijn bed opgestaan. Hij rent heen en weer in zijn zolderkamertje, een rat in een val. Hij houdt warempel weer rede׳ voeringen tegen zichzelf. Nu niet over de zekerste manier om zijn geld te beleggen. Geld heeft hij immers nog niet. Nog läng niet. Hij mag al blij zijn, als Frans Hokkert de belofte van stempel־ vacantie niet vergeet. Neen Jacobus Fredericus houdt krijgsraad met zichzelf over het bezoek van Mr. Lawrence.
De moord heeft hij niet op zijn geweten en waar de uitvinding verborgen is, weet hij niet. Maar er is geld te verdienen aan dezen Mr. Law־ rence. Die man bulkt van den rijkdom. Smijt met tienduizenden dollars en het deert hem niet. Die heeft zich nu eenmaal in het hoofd gezet, dat hij de uitvinding moet hebben. Die verbeeldt zich, dat Jacobus Fredericus de Brie weet, waar de uit־ vinding is; dat hij het peperdure ding ergens ver־ stopt heeft. Een idee fixe! Maar hij wil betalen, dik en dik betalen! Met kapitalen! Neen, geld heeft Jacobus Fredericus de Brie nog niet in de hand. Maar het ligt toch angstig dicht in het
ii
161