tuigen voorzien; het einde van de carrière____ach,
wat komt het er op aan? Als de crisis voorbij is en de industrie is gerationaliseerd, vindt een zekere hand altijd wel een machinehandle, die op en neer bewogen moet worden, veertig keer per uur, drie vierhonderd keer per dag.
Dat was de misdaad van je vader, Jacobus Fredericus: niet dat hij je Engelsch liet leeren en een beetje boekhouden en zoo. Wél, dat hij zich« zelf wijsmaakte en jou met dien waan infecteerde: kennis is een toovermiddel, dat van mageren dik־ ken maakt.
״De vader was een kleermaker, de zoon zal een héér worden!"
Wie mager is, moet mager blijven! Zijn plaats is niet aan den tafel der vetten. Die erkennen geen indringers, zij dulden hen slechts. De magere, die zich in de gelederen van den vijand drong, wordt gehoond en vertreden bij zijn geringsten misstap. De dikke staat onder hooge bescherming. Er is een machtige machine, die voor zijn heil zorgt.
״Klassenjustitie", zeggen de mageren.
״Rechters, die voor het leven benoemd zijn" zeggen de dikken.
Er zijn mageren en dikken; zij moeten geschei־ den blijven.
Dat is geen schandaal!
160