om niet____het lag toch voor de hand, dat hij in
aanmerking komt____
Mr. Lawrence wandelt heen en weer. Monsieur Panier hangt in zijn stoel. Hij snapt de woede van Mr. Lawrence niet al te best; bovendien heeft hij aan één hartklopping genoeg. ״Kever", scheldt Mr. Lawrence, „Kever.... als die De Brie inderdaad de moordenaar is.... wat
ik geloof____ wat haast niet anders kan____ als
die vent de moordenaar is van John Masters____
dan weten we toch immers ook wie de uitvinding heeft.... Niemand anders dan die De Brie."
„Die vent is zijn gewicht in goud waard voor ons", constateert monsieur Panier. Hij gaat een lichtje zien.
„En in plaats", zegt Mr. Lawrence, en elk woord weegt een ton, „in plaats van dien kerel in de gevangenis te brengen.... moeten wij hem er uit houden.... Hij moet ons het patent bezorgen!" „De man heeft een moord, misschien wel een dubbelen moord op zijn geweten", jammert Herr Gutsberg.
„Hij heeft het patent____ dat is belangrijker!"
doceert Mr. Lawrence.
„Wij moeten alles doen om dien vent uit handen der politie te houden!" concludeert Mon־־ sieur Panier. „Maar de gerechtigheid dan, heeren?"
126