het verbond, waartoe gisteren Amerika toetrad. Niemand heeft het gezien, niemand kan het bewijzen.
״Voor Gutsberg behoeven wij geen angst te hebben, Mr. Lawrence. Die zal ook redeneeren: als je met z'n drieën deelt, krijg je meer, dan wan־ neer vier varkens aan de trog staan."
״Inderdaad: Herr Gutsberg is ook een man van zaken."
Een man van zaken, noemen ze dat! ״We zullen vanmiddag met z'n drieën de zaken nog eens grondig moeten doorpraten, heeren". heeft hij, monsieur Marcel, met een knipoogje naar Mr. Lawrence gezegd. ״Als wij niet oppassen raken wij bekneld en het komt er tenslotte toch ook op aan, dat wij weten waar de uitvinding gebleven is." Zegt die Gutsberg opeens:
״Daar heb ik vanmorgen op het Hoofdbureau van Politie ook al aan gedacht."
En toen ze hem op de pijnbank legden, bekent de mof zoowaar de eene stommiteit na de andere. Hoe krijgt iemand het in zijn bol? Dat is maar als de eerste de beste burgerman naar de politie geloopen.
״De eerbied voor den grooten snor en den sabel is bij jullie toch wel diep ingebrand", heeft Mon־־ sieur Marcel gesmaald.
121