En: of er nog iemand geweest was voor meneer Masters, nou ja, wijlen meneer Masters dan! ״Niks niemendal, meneer!" zei het mensehje. ״Goed", zei Frans Hokkert; toen wierp hij zijn eerste aas uit:
״Is meneer Jacobus Fredericus de Brie al van zijn reis terug?" vroeg hij plomp en met nadruk.
״Terug____terüüüg?" zei moeke, ״de arme ziel
is ommers van gisterenmorgen de deur niet uit geweest.... Laat 's kijken, wat is 't vandaag.... Woensdag.... nou, dan slaapt ie nog.... Op Woensdag stempeltje pas om half twaalf."
Ha, ha, dus de verdachte stempelt? Maakt een moord uit roofzucht nog aannemelijker!
״Meneer slaapt zeker____in Uw kamer?" zegt
Frans Hokkert, ״nee beste opoe, ik begrijp 't
anders dan je 't bedoelt____ik meen dat meneer
een stukkie van de familie is____"
„Geen denken an", zegt het mensehje, „hij slaapt vier hoog.... Op het zolderkamertje zal
ik maar zeggen____ Daar woont־ie al van dat־ie
bij zijn laatsten baas werkte.... Ik heb 'm toen maar uit mêelij in huis gehouwen.... maar je hebt geen kop noodig om te weten, dat ik er
eigenlijk geld bij leg____ tjonge, tjonge, wat is
die arme jongen al een tijd werkloos----jaren en
jaren, meneer de hoofdcommissaris____en als ik
'em niet af en toe wat toestopte____nou ja, dan
!
105