er mee bemoeid. De schipper had zijn excuses aangeboden. Maar Sidney bleef halsstarrig. Hij wilde niet met die piloot vliegen. Kort en goed, de hoofdofficier had Sidney dringend aangeraden niet zo koppig te blijven doen. Volharden bij die weigering betekende insubordinatie. In oorlogstijd. Dat kon niet geduld worden. De krijgsraad zou er zich mee gaan bemoeien. Maar Sidney bleef onvermurwbaar. Hij zat nu in voorlopig arrest.
Jankele was er radeloos van, vertelde Ben. Die dacht, dat hij zich voor de buurt moest schamen. Zijn jongen in arrest. Wegens indisciplinair handelen; in oorlogstijd. Zo'n flinke jongen.
Dat vertelde Ben me allemaal en ten slotte vroeg hij me of ik daar nu niets aan kon doen. ״U hebt die avond met Ellen Wilkinson staan praten. . . relaties en connecties zijn goud waard in de wereld... Kunt U Sidney niet helpen?" De gedachte, dat Ellen Sidney zou kunnen helpen, was belachelijk. De Airforce vormde een bijna afgesloten kaste. Dat wist Ben toch ook wel. Zo'n lange snor, net het stuur van een fiets, dat is de R.A.F.-snor; daaraan herkennen de piloten elkander, ook als ze in burger zijn. Ellen was voor de R.A.F. een vreemde. Dat moest Ben begrijpen.
Maar ik vond het voor me zelf een beetje gênant, dat ik tegenover Ben mijn onmacht zou moeten erkennen. Ik belde dus, met weinig geestdrift, Ellen op. Vertelde haar het verhaal.
״De zenuwcrisis," zei ze beslist, alsof ze een ervaren psychiater was.
Neen, zij persoonlijk kon er niets aan doen, maar toevallig kende ze een of andere officier, die zich met deze
204