blauwe helm op de vuurrode haren was de heldin van nachtelijk Londen.
Ellen had ik bij verschillende gelegenheden eerder ontmoet.
״Het geeft me een rustig gevoel als ik hier in de schuilkelder kom," vertelde ze me.
״Achter de Joodse wijken," legde ze uit, ״liggen de buurten waar de kleurlingen wonen. Duizenden en duizenden mensen van allerlei ras en landaard. Emotionele naturen, die gemakkelijk van de kook zijn te brengen."
״Winston beweert," zei ze, ״dat Goering probeert Oost en Zuid Londen in paniek te jagen. Als die millioenen mensen gaan trekken, bijvoorbeeld naar het Westen, dan versperren ze alle wegen en barricaderen alle bruggen ... en dat is, zegt Winston, het ogenblik, waarop de Duitse invasie begint. Hier in het East End ligt de sleutel tot de loop van de oorlog."
Maar wonderlijk genoeg had die bont-geschakeerde bevolking een onverzettelijke koelbloedigheid aan de dag gelegd. De regering had overwogen soldaten naar deze wijken te sturen om er de orde te handhaven en om de diensten voor de luchtbescherming te verrichten. Maar het was niet nodig geweest. Ofschoon de bombardementen hele straten in puin hadden gelegd en honderden mensen gedood.
״Alle ,wardens' komen uit deze wijken zelf, en ze hebben het vertrouwen. Ze kennen iedereen. Er zijn fantastische types bij . . . kijk nu eens die oude man daar." Ze bedoelde Jankele. Ik vertelde haar dat ik bij die oude man thuis had gegeten en in de loop van het gesprek zei ik ook iets van Sidney.
״Een dromerige jongen te midden van een moordpartij,"
202