keuken. Op het portaal was het toilet voor de hele verdieping.
Behalve die drie en ik, zat ook Sidney aan tafel. De boordschutter in zijn grijze uniform. Hij had verlof. Ik moest met hem kennismaken. Ter ere van die kwieke held was de maaltijd aangericht. Nou, sir, had Jankele overdreven, toen hij zei, dat Sidney een opmerkelijke jongen was? Welnee. Je behoefde Sidney maar aan te kijken; die scherpe lijnen langs zijn mond, en die nadenkende rimpel boven zijn wenkbrauwen. Een jongen van nog geen vijf en twintig jaar, en nu al zo een ernstig gezicht. Maar dat komt ervan, als je elke nacht met de dood als metgezel door het luchtruim suist. We aten lang voordat de Sabbath inviel. En de oorlogsomstandigheden veroorloofden trouwens het weglaten van het godsdienstig ceremonieel. Maar Sidney zong toch eerst met luide stem de litanie van de Sabbathbruid, die we vreugdevol tegemoet gingen treden. Ernstig. Hij zong om zijn vader een pleizier te doen, zei hij.
Jankele, naast me, fluisterde:
״Is dat niet een groot geluk. Op Vrijdagavond je zoon, de held van de Airforce bij je aan tafel. .. voor geen millioen pond ga ik uit Londen weg." Het was warm en benauwd in het kleine kamertje. Het eten was vet en zwaar. Van het trapportaal zweefden de geuren aan, het aroma van het grote huis met zijn vele bewoners. Op straat was het stil. De donkere gordijnen van de luchtbescherming waren nu dichtgetrokken; want buiten begon het grijs te schemeren, en Ben wilde met licht op eten. Het was in het vertrekje om te stikken. Maar in die kleine begrensde ruimte hing toch een sfeer van intimiteit en van klein
195