is still in London." Om de stemming er in te houden; of te brengen.
De onaandoenlijke Britten schoren zich elke ochtend keurig; en ze wasten zich; en de vrouwen frunnikten aan jurkjes en hoedjes, en ze doften zich op, want het leven ging verder. Gewoon verder.
Maar de emigranten, de continentals, die door de golfslag van de oorlog op het grote eiland waren aangespoeld, vonden de heldhaftigheid van de Engelsen zot. Wie drie maanden lang elke nacht in slobberige kleren, in een vochtige kelder op een bultige strozak slaapt, ontbreekt de lust toilet te maken. Hij ontdekt snel en zeker, dat vuilheid de natuurlijke staat des levens is. Beschaving is aangeleerd. De zeep-en-scheer-en-borstel-beschaving vormt een dun laagje vernis. De continentals liepen met baarden als schuurl innen nummer acht en met colbertjes vol vlekken. Ze lachten en waren bang. Ze deden onverschillig en werden opgevreten door onzekerheid.
Daarom had mijn secretaresse mij aangeraden een kleermaker te laten komen. Ze verwarde oorzaak met gevolg. Eenmaal een nieuw costuum, veronderstelde ze, en mijn lust om te leven zou vanzelf terugkeren. „Het is geen angst," verdedigde ik me zwakjes, „'t is doodgewoon mijn zin voor de betrekkelijkheid der dingen. Waarom zou ik een costuum bestellen, als ik niet eens weet of ik de nieuwe aardappeltjes haal." Maar mijn secretaresse hield vol.
„Ik heb een kleermakertje voor U," zei ze, „een prima vakmannetje. Jankele Horowitz. Hij woont in het East End. Eentje, zoals Israël Zangwill ze beschreven heeft. .. Echt een mannetje voor U." Zo maakte ik kennis met Jankele Horowitz.
190