Mirjam nog als verdwaasden op straat; ze konden niet geloven, dat een droom een enkele keer werkelijkheid wordt. En ze keken naar elke geallieerde soldaat, alsof ze zo'n Canadees met hun ogen konden betasten en liefkozen.
Later werd hun leven langzamerhand weer normaal. Maar geheel in oude banen kwam het niet meer. Daarvoor was er t é veel gebeurd. In de familie van Wolf en Mirjam waren grote gaten geslagen. Familieleden, die niet teruggekomen waren. En Wolf wist met zich zelf niet goed raad. De oude zinnetjes van voor 1940, de simpele dogmatische uitspraken, waarop hij had gedreven als op stukken kurk, hielden niet meer. En er was nog niets voor in de plaats gekomen. Zijn vroegere geneigdheid tot negatieve critische activiteit begon zich weer te ontplooien, toen de nuchtere werkelijkheid der bevrijding zo weinig in overeenstemming bleek met de verwachtingen, die men tijdens de bezetting had gekoesterd. De bestraffing der oorlogsmisdadigers ging langzaam. Soms betrachtte de onpartijdige rechter een onbegrijpelijke mildheid. Deze oorlog was niet de laatste oorlog geweest. Nieuwe tegenstellingen in de internationale staatkunde traden op de voorgrond; als men critisch keek, waren het oude tegenstellingen.
Na de bevrijding kwam ik Wolf nog al eens een keertje tegen en elke keer vond ik, dat hij een actiever lid was geworden van het groeiende leger der echt-Nederlandse kankeraars en mopperaars. Toen zei hij mij op zekere dag:
,,Mirjam en ik hebben het grote besluit genomen. We gaan wég. We gaan naar Israël." „Het is niet waar," zei ik schertsend.
185