Van de rijkdom aan gedachten, die deze zin verborg wist hij niets. Hij kende de geschiedenis niet van deze gedachten wereld; en hij gevoelde ook niet de behoefte er kennis van te nemen. Maar de zin zelf boeide hem, omdat de woorden uitdrukking gaven aan een onbestemd gevoel, dat hij, zonder het zelf goed te weten, sinds enkele weken bij zich zelf had bespeurd. Hij kon zich er ook geen rekenschap van geven, dat hij de strekking van de zin eigenlijk verkeerd had begrepen. Voor Wolf lag de klemtoon op: ״Feind", voor de man, die de woorden uitsprak op: „Volk." De afkeer van conventies en tradities, die hij, tot in het belachelijke, richtsnoer van zijn kleine leven had gemaakt, keerde hij nu tegen die vijand. Men wilde hem dwingen terug te gaan in het keurslijf van gebruiken. Vijand impliceert oorlog. Hij begon de oorlog. Zijn eigen particuliere oorlog tegen alles wat met het nationaal socialisme iets uitstaande had.
Het is kenmerkend voor Wolf's ongecompliceerde natuur, dat hij deze oorlog uitsluitend voerde als een negatieve actie. Hij was tegen dit, en tegen dat. Hij noemde zich zelf: anti-antisemitisme, anti-anti. Van de boycot tegen Duitse waren werd hij een der geestdrif-tigste propagandisten. Daarna was hij overal te vinden, waar geprotesteerd werd tegen het Hitler-dom, tegen de N.S.B., tegen dit of tegen dat.
Niemand weet of er ooit in zijn geest enige twijfel is gerezen aan de doeltreffendheid van zo'n negatieve houding. Het heeft hem in elk geval weinig moeite gekost zich zelf er van te overtuigen, dat hij krachtig meehielp het gevaar voor Nederland te keren. Hij bleef tot de tiende Mei 1940 behoren tot de grote groep van men
182