Ogenschijnlijk was dit een vraag naar de bekende weg. Wolf noch Mirjam zagen de noodzaak van een kerkelijke inzegening in. Dat kon iedereen weten. Ze hadden zich immers voorgenomen met elke traditie te breken. Die kerkelijke inzegening was nu wel een deel van het geestelijke ghetto, dat ze besloten hadden te ontvluchten. Mirjam's ouders zeiden, dat zij geen grijze haren van verdriet zouden krijgen, wanneer het huwelijk alleen op het stadhuis zou worden gesloten. Nu ja, ze zouden het natuurlijk wel aardig vinden, wanneer een tocht naar de synagoge zou volgen, maar de lieve kinderen behoefden het, wat haar ouders betrof, niet te doen, als ze er geen zin in hadden. Wolf's ouders bleken echter niet zo gemakkelijk afstand van een traditie te kunnen doen. Ze waren alles behalve trouwe kerkgangers; en ik weet zeker, dat ze met de naleving der rituele voorschriften menig keer een hand hebben gelicht. Maar zo'n kerkelijke inzegening hoorde er nu eenmaal bij, vonden ze. Merkwaardig hoe groot de verschillen dikwijls kunnen zijn tussen ouders en kinderen. De ouders hangen in het onredelijke aan traditie, de ander verfoeit sleur. Natuurlijk zeiden ook Wolf's ouders, dat ze de kinderen geheel vrij lieten. God beware, dat ze hun denkbeelden aan anderen wilden opdringen. Ze zouden met evenveel voldoening het huwelijk aanschouwen, ook al reden de rijtuigen met een grote boog om de synagoge heen . .. dat sprak allemaal van zelf. Maar toch, indien de lieve kinderen, geheel uit vrije wil nogmaals, konden besluiten nog één keer de oude traditie te handhaven, dan zouden Wolf's ouders toch wel bijzonder gelukkig zijn. Geld behoefde het niet te kosten, die zorg zouden de oude lui wel op zich nemen. En als Wolf er tegen op zag naar de synagoge te gaan, ook daar was een op-
175