ONZE BEVRIJDERS WAREN ECHT, MAAR DE BEVRIJDING IS EEN FABEL
Toen wolf met zijn mirjam, zijn jonge stralende bruid, het stadhuis verliet, vroeg hij mij of ik er bezwaar tegen had de eerste nacht van hun huwelijk in z ij n nieuwe huis door te brengen. Het was midden December en bitter koud, maar er scheen iets van dooi in de lucht te zitten. In dat huis aan de rand van de stad was de waterleiding bevroren. Wanneer zo'n loden buis midden in de nacht barstte en het water begon te spuiten, wat moest hij dan doen? De hele boel kon wel onderlopen. En hij zou machteloos zijn; hij was, wat men pleegt te noemen: een man met twee linkerhanden. Maar in m ij n bekwaamheid om een waterleidingbuis plat te slaan stelde hij onbeperkt vertrouwen. Ik was getuige geweest bij het zo juist gesloten huwelijk. Dan moest ik ook maar getuige zijn bij zijn eerste nacht in eigen huis. Ha, ha, ha!
Terwijl Wolf zich die avond met zijn jonge bruid in de slaapkamer één hoog te ruste begaf, probeerde ik beneden in de huiskamer op een ongemakkelijke divan de slaap te vatten. Een hamer en een nijptang lagen >
naast me op de grond.
Wolf's volslagen ongeschiktheid voor handenarbeid heeft niet alleen de afzondering van zijn eerste huwelijksnacht beïnvloed; zijn gehele leven heeft er een keer door genomen. Hij was niet alleen een man met twee
169