van haar Joodse moeder, ״My yiddishe Mamme". Er gaat een in het Yiddish gesproken monoloog aan het eigenlijke lied vooraf. Als die woorden uit de gramo-foonluidspreker klonken, zat Zephyr altijd gespannen te luisteren. En wanneer Sophie Tucker dan vertelt, dat haar moeder altijd een kind aan de borst had (״und immer ein Kind gewickelt") stroomde de tranen over zijn wangen. Drie keer, soms vier keer achter elkander liet hij de plaat draaien, en hij huilde steeds weer. . . Ik zal me niet wagen aan leken-wijsheden over dieptepsychologie, maar ergens in het zielkundige uurwerk van deze vreemde man moet iets gehaperd hebben . .. iets, dat mogelijk veroorzaakt werd door een gebeurtenis, een gezegde, een incident — God zal weten wat — in dat Joods-Portugese huisgezin aan de Weesperzij in Amsterdam, iets waarbij Zephyr's moeder betrokken moet zijn geweest.
168