vooropgezette bedoeling mijn onderzoek ben begonnen. Maar zo werk ik altijd. Ik begin met de conclusie: die wordt op een gegeven ogenblik in me wakker. Alsof iemand mij van te voren in het oor fluistert wat het resultaat van mijn onderzoek zal zijn. Ik zoek geen zaak uit, nee, ik probeer elk feit zo uit te leggen, dat mijn conclusie klopt. . . Als ik dan mijn reconstructie van het geval aan de verdachte voorleg, beginnen ze altijd met ontkenningen, maar als ik ze dan de duimschroeven aanzet, vallen ze door de mand.. . altijd. Geen enkele verdachte heeft me nog ongelijk kunnen geven ... en hebben ze eenmaal bekend, dan stuur ik ze naar hun moeder terug."
Deze merkwaardige uitdrukking gebruikte Zephyr altijd, wanneer hij te kennen wilde geven, dat hij iemand aan de galg of voor het executie-peleton had gebracht. Naar zijn moeder teruggestuurd. Ik heb vroeger deze uitdrukking nooit met deze gruwelijke betekenis horen gebruiken.
Sinds de dag, waarop Zephyr intuïtief tot de conclusie was gekomen, dat Jan Gerrit Bronkema een spion was, had hij als een hond om hem heen gedraaid. Hij las alle rapporten over de vent aandachtig na, herlas ze zo vaak totdat hij de inhoud bijna uit het hoofd kon opzeggen. Nieuwe feiten vond hij niet. ״Maar ik was er vaster dan ooit van overtuigd, dat de vent niet deugde."
Hij sprak met geen van zijn superieuren over zijn vermoeden. Ze zouden hem hebben uitgelachen; en ogenschijnlijk terecht. Want er was niets tegen Bronkema in te brengen dan dat het een kwiebus was, die iedereen verveelde met zijn vaderlands gezang.
158