vertrok naar Londen. Ik weet dat hij daar een soort vertaalbureautje of schooltje voor onderwijs in vreemde talen heeft opgezet. Maar sommige uitlatingen van Zephyr hebben bij mij het sterke vermoeden doen rijzen, dat die talen-winkel, zoals hij het zelf schamper noemde, maar camouflage was. Ik heb er geen bepaalde aanwijzingen voor (en het kan dus best zijn, dat ik me vergis), maar als ik morgen hoorde, dat Zephyr in die tijd iets uitstaande heeft gehad met de handel in verdovende middelen, zou ik het onmiddellijk geloven. Niet, dat ik wil beweren, dat hij zelf handel in dat gevaarlijke spul heeft gedreven. Oh nee. Zephyr was altijd van nature ״on this side of the law". Toen in 1933 en in de jaren daarna de mensen, die in Engeland aan de touwtjes trekken, begonnen te ruiken, dat er een nieuwe wereldoorlog op komst was, heeft Zephyr zijn talenwinkeltje opgedoekt. Ik veronderstel, dat hij het heeft moeten opdoeken. Op een of andere manier wisten de heren hem weer te strikken voor zijn oude job: de contra-spionnage.
Over dat werk heeft hij me zoveel verteld, dat ik nog wel een paar duizend woorden meer nodig zou hebben om alles weer te geven. Zijn bijzondere taak schijnt geweest te zijn: les geven aan de mensen, die te eniger tijd geroepen zouden zijn om op spionnen te jagen. Zijn superieuren verkeerden in de mening, dat hij een sterk ontwikkeld inventief vermogen bezat. Het ging op die cursussen zó: Zephyr speelde voor gevangen spion en de leerlingen moesten hem ontmaskeren, waarbij in het bijzonder aandacht werd besteed aan geheime methoden voor communicatie.
In die tijd heeft hij enkele malen het verzoek gekregen om zich tot Engelsman te laten naturaliseren; ik heb
154